Wat betekent een scheiding voor kinderen?
De scheiding van ouders is niet iets wat kinderen zich wensen. Het meemaken van een scheiding betekent dan ook heel veel voor ze. Ze ervaren verlies van basisvertrouwen, verlies van één ouder in de dagelijkse leefwereld. Diepe emoties zoals onzekerheid en angst, verdriet, soms ook opluchting. Er komen veranderingen zoals misschien verhuizen en naar een andere school, misschien het verdelen van hun spullen tussen het huis van papa en dat van mama. Het betekent dat kinderen zich extra zullen moeten gaan inspannen om bij beide ouders te zijn en hun spullen bij zich te houden, zich aan te passen. Als gevolg van een scheiding kunnen kinderen zich soms anders gaan gedragen.
Worden kinderen altijd de dupe van een scheiding?
Het is erg afhankelijk van verschillende factoren in hoeverre uw kind last zal krijgen van de scheiding. Van leeftijd tot manier waarop de scheiding gelopen is, van karakter van het kind tot in hoeverre het kind zich gehoord voelt en van leefomstandigheden tot begeleiding door ouders en andere omstanders zijn van invloed. U kunt zich als ouders het beste richten op dat te doen voor het kind wat mogelijk is. Weet dat kinderen ook sterker kunnen worden door het meemaken van een heftige ervaring, waarmee goed is omgegaan! Weet dat kinderen meer last hebben van blijvende ruzie en conflictsituaties dan van het feit dat u gescheiden bent!
Moeten wij onze kinderen laten meebeslissen?
Geef uw kind vooral de mogelijkheid mee te denken, over gevoelens te mogen praten en angsten en wensen kenbaar te mogen maken. Meebeslissen is een te grote verantwoordelijkheid die als last ervaren zal worden. Iedere beslissing van het kind kan een teleurstelling voor één van de ouders worden. Het kind zal om dit te voorkomen al snel kiezen voor een gelijke verdeling naar papa en mama en daarbij aan zijn of haar eigen gevoel voorbij gaan. Als uw kind merkt dat er naar zijn of haar gevoel geluisterd wordt zal uw kind zich gehoord voelen en een waardige partij voelen in de situatie.
Bij wie gaan de kinderen wonen?
Als er een scheiding komt verandert er heel wat, waaronder de woonsituatie van de ouders en hun kinderen. Als er kinderen zijn moet immers bepaald gaan worden bij wie de kinderen gaan wonen, bij vader of moeder, of misschien wel bij beide ouders.
Als ouders samen het gezag hebben over de kinderen mogen zij samen bepalen waar de kinderen gaan wonen. Als het mogelijk is en beide ouders dit willen dan kan er ook een “co-ouderschapregeling” worden afgesproken. Met een dergelijke regeling verblijven de kinderen ongeveer evenveel bij ieder van de ouders. Ook dan moet echter nog steeds bepaald worden bij welke ouder de kinderen officieel wonen, dus bij welke ouder de kinderen worden ingeschreven bij de gemeente. Verschillende regelingen koppelen immers een gevolg aan de inschrijving van een kind op uw adres.
Als ouders het niet eens kunnen worden over de vraag bij wie de kinderen gaan wonen kan aan de rechter gevraagd worden om hier een beslissing over te nemen. Als kinderen twaalf jaar of ouder zijn mogen zij hun mening kenbaar maken aan de rechter. Het kind krijgt hierover een brief en kan zelf kiezen wat hij of zij het prettigste vindt, een gesprekje met de rechter, bellen of een brief sturen. Het is belangrijk om te beseffen dat kinderen niet mogen kiezen bij wie zij gaan wonen, maar wel hun mening mogen geven. Niet het kind beslist, maar de ouders en als zij er niet uit komen de rechter. Bij het nemen van deze beslissing kijkt de rechter naar het belang van het kind. De rechter kan advies vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming om zeker te weten wat het beste is voor de kinderen. Bij het bepalen van het zogenaamde “hoofdverblijf” van de kinderen wordt door de rechter vaak gekeken naar hoe de zorgverdeling voor de kinderen tijdens het huwelijk of de samenleving was. Vaak worden de kinderen toegewezen aan de ouder die altijd al het grootste deel van de zorg voor de kinderen op zich nam.
Wat is een goede omgangsregeling?
Wat een goede omgangsregeling is, is eigenlijk per geval verschillend. Omgang is iets persoonlijks en iedere situatie is uniek. Er is dan ook geen standaardomgangsregeling te noemen die ‘goed’ is.
In de praktijk wordt vaak de zogenaamde “weekendregeling” afgesproken, waarbij de kinderen gedurende een weekend per veertien dagen bij de niet-verzorgende ouder verblijven en daarnaast vaak de helft van de vakanties en feestdagen. Ouders zijn vrij in het bepalen van een omgangsregeling. Door na te gaan welke ouder altijd wat deed met de kinderen tijdens het huwelijk of de samenleving kan er een omgangsregeling worden afgesproken die beter bij uw situatie past.
Als de rechter hierover moet beslissen mogen kinderen van twaalf jaar of ouder hun mening kenbaar maken aan de rechtbank. Het kind mag aangeven wat hij of zij prettig zou vinden, maar neemt hierover geen beslissing.
Het is van groot belang dat de omgangsregeling duidelijk is voor de kinderen en niet te veel onrust creëert. Een omgangsregeling is goed, wanneer zowel de kinderen als de ouders zich hier prettig bij voelen.
Wat is een redelijke kinderalimentatie?
Wat een redelijke kinderalimentatie is valt niet in cijfers uit te drukken, omdat dit per geval verschillend is. Een kinderalimentatie is redelijk wanneer deze aansluit bij de behoefte van de kinderen – wat de kinderen nodig hebben - en de draagkracht van beide ouders of te wel wat beide ouders kunnen betalen.
De ouders kunnen zelf in kaart brengen hoeveel de kosten van hun kinderen bedragen en afspreken wie welk deel van de kosten zal betalen. Als het de ouders niet lukt om hierover afspraken te maken dan kan de advocaat gevraagd worden een berekening te maken volgens de methode van de rechtbank welk aandeel van de kosten van de kinderen iedere ouder zou moeten betalen of met andere woorden hoeveel kinderalimentatie zou moeten worden betaald.
Om te bepalen hoeveel de kinderen nodig hebben sluit de rechter aan bij het welstandsniveau van het gezin tijdens het huwelijk of de samenleving. Uitgangspunten hierbij zijn dat de kosten van de kinderen hoger zijn als het inkomen van de ouders hoger is en dat meerdere kinderen in het gezin de kosten per kind verlagen. Als berekend is hoe hoog de behoefte van de kinderen is, wordt gekeken naar de draagkracht van de beide ouders om zodoende te kunnen bepalen hoeveel ieder van de ouders bij kan dragen in de kosten van de kinderen.
Er wordt een zogenaamde “draagkrachtberekening” gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen, de belasting en sociale heffingen die hiervan ingehouden worden en daarnaast alle vaste lasten die volgens de geldende normen voor gaan op het betalen van alimentatie. Van het resterende inkomen is een bepaald percentage beschikbaar voor alimentatie. Dit percentage ligt tussen de 40% en de 60% en is afhankelijk van de leefsituatie. Indien het inkomen van één van de ouders onder bijstandsniveau ligt, kan deze ouder niet bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Alle kosten komen dan voor rekening van de andere ouder, voor zover de andere ouder het kan betalen. |