Home
Boekje aanvragen
Boekje aanvragen
Kinderbegeleiding
Kinderbegeleiding
 
 
 

Financiële gevolgen

Iedereen weet dat twee huishoudens duurder zijn dan één huishouden en dat bij een scheiding beide partners er financieel gezien op achteruit gaan. Dat brengt veel onzekerheid met zich mee. Hoeveel inkomen u heeft na de scheiding en welke woning u kunt betalen hangt af van tal van omstandigheden, zoals eventuele alimentatieverplichtingen en de verdeling van bezittingen en schulden.

 
 

Wel of niet uit elkaar gaan?

Hoe vertel ik het mijn omgeving?

De scheidingsprocedure


Kinderen


Woning


Financiële gevolgen


Ondernemer

 


Is partneralimentatie verplicht?

De hoofdregel in de wet is dat er na echtscheiding partneralimentatie moet worden betaald,
wanneer de ene partner een bijdrage in het levensonderhoud nodig heeft (behoefte) en de ander voldoende financiële ruimte heeft om deze bijdrage te betalen (draagkracht). Als het tijdens het huwelijk zo was dat de ene partner meer verdiende dan de ander, dan betekent dat vaak dat er ook na de echtscheiding een verplichting blijft bestaan om de ander te onderhouden.
De partners kunnen in onderling overleg afspraken maken over de hoogte van de partneralimentatie. Lukt het niet om hierover afspraken te maken dan kan de advocaat gevraagd worden een berekening te maken volgens de methode van de rechtbank hoeveel partneralimentatie zou moeten worden betaald. Ook nadat deze berekening is gemaakt kunnen de partners alsnog besluiten hiervan af te wijken door meer of minder partneralimentatie af te spreken, een bepaalde periode meer of minder partneralimentatie te betalen, de partneralimentatie langer of korter te betalen dan de wettelijke termijnen, af te zien van partneralimentatie of de partneralimentatie af te kopen. Afkoop van partneralimentatie kan alleen onder bepaalde voorwaarden. Laat u goed informeren.

Voor ex-echtgenoten is dan ook de conclusie dat er een wettelijke verplichting tot partneralimentatie bestaat, maar dat de partners hiervan in onderling overleg kunnen afwijken. Daar moeten de partners het dan wel over eens worden.

Het is belangrijk om de afspraken over de partneralimentatie vast te leggen, zowel in het echtscheidingsconvenant, de overeenkomst waarin de gevolgen van de echtscheiding worden geregeld, als in een echtscheidingsbeschikking van de rechtbank. Worden de afspraken niet nagekomen dan kunnen deze makkelijker worden afgedwongen.

Normaal gesproken geldt voor ex-samenwoners geen verplichting tot het betalen van partneralimentatie. In geval van een samenlevingcontract is het verstandig om na te gaan of hierin een onderhoudsverplichting staat opgenomen voor de periode na de verbreking van de samenleving.

Wat is een redelijk bedrag aan partneralimentatie?

In zijn algemeenheid kan geen antwoord gegeven worden op deze vraag. Het hangt af van de individuele omstandigheden, zoals de vraag wat het welstandsniveau was tijdens het huwelijk, of de partner die partneralimentatie vraagt zelf (redelijkerwijs) inkomen verdient of kan verdienen en wat de andere partner kan betalen.

De partners kunnen in onderling overleg afspraken maken over de hoogte van de partneralimentatie. Voor de partner met het laagste inkomen kan in kaart worden gebracht hoeveel geld nodig is voor de kosten van levensonderhoud na de scheiding om na te gaan of deze partner geld te kort komt en hoeveel er aangevuld moet worden. Vervolgens kan gekeken worden of de ander dit kan en wil aanvullen. Lukt het niet om hierover afspraken te maken dan kan de advocaat gevraagd worden een berekening van de partneralimentatie te maken volgens de methode van de rechtbank.

De rechter kijkt of de ene partner een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de ander nodig heeft, en zo ja, hoeveel. Dit hangt af van ieders financiële situatie na de echtscheiding in vergelijking met hoeveel er tijdens het huwelijk maandelijks te besteden is geweest.

Als er behoefte aan partneralimentatie bestaat, wordt onderzocht of, en zo ja, hoeveel de ander kan betalen. Om dit te bepalen wordt er een zogenaamde “draagkrachtberekening” gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen, de belasting en sociale heffingen die hiervan ingehouden worden en daarnaast alle vaste lasten die volgens de geldende normen voor gaan op het betalen van alimentatie. Van het resterende inkomen is een bepaald percentage beschikbaar voor alimentatie. Dit percentage ligt tussen de 40% en de 60% en is afhankelijk van de leefsituatie. In de praktijk gaat de kinderalimentatie voor de partneralimentatie.

Wat is gemeenschap van goederen?

De meeste mensen trouwen in gemeenschap van goederen. Heeft u geen huwelijkse voorwaarden bij de notaris laten opstellen dan bent u getrouwd in gemeenschap van goederen.
De hoofdregel is dat alle bezittingen en schulden gemeenschappelijk zijn. Er zijn uitzonderingen. Denkt u bijvoorbeeld aan een schenking of een erfenis, waarbij is bepaald dat deze niet in de gemeenschap van goederen vallen.

Wat zijn huwelijkse voorwaarden?

Voor of tijdens het huwelijk kan in een notariële akte worden vastgelegd dat niet alle bezittingen en schulden automatisch gemeenschappelijk worden. In het geval van zogenaamde “koude uitsluiting” wordt er helemaal geen gemeenschap aangegaan. Soms wordt er een beperkte gemeenschap afgesproken, bijvoorbeeld voor de inboedel of de echtelijke woning.

In de huwelijkse voorwaarden wordt ook vaak een regeling opgenomen over de verdeling van de kosten van de huishouding.

Bij een echtscheiding met huwelijkse voorwaarden is een belangrijke vraag of er iets is afgesproken over inkomen dat tijdens het huwelijk is verdiend, maar dat niet is opgegaan aan de kosten van de huishouding. Vaak staat er dat het overgespaarde inkomen moet worden verrekend. Dit is een verrekenbeding. In de tekst van de huwelijkse voorwaarden staat de term “verrekenbeding” vaak niet letterlijk opgenomen en staat de verrekenafspraak niet altijd duidelijk verwoord. Zeker als er sprake is van koude uitsluiting komt het in de praktijk voor dat het verrekenbeding wordt vergeten. Dit kan één van de partners veel geld kosten. Ook kan er in de huwelijkse voorwaarden een zogenaamd “finaal verrekenbeding” staan opgenomen, bijvoorbeeld de afspraak dat er in geval van een echtscheiding moet worden afgerekend alsof de partners in gemeenschap van goederen waren getrouwd. Zijn alle bezittingen van de ene partner dan kan het zo zijn dat de andere partner op grond van een verrekenbeding weliswaar geen aanspraak kan maken op de bezittingen zelf, maar wel op een deel van de waarde daarvan. Het is verstandig om de huwelijkse voorwaarden door uw advocaat goed te laten bestuderen.

Hoe moeten onze bezittingen en schulden worden verdeeld?

Bij een gemeenschap van goederen is de hoofdregel dat de bezittingen en de schulden moeten worden gedeeld. Ieder van de partners krijgt de helft. In onderling overleg mogen de partners hiervan afwijken. Ontvangt de ene partner meer dan de helft dan kan dit door de Belastingdienst worden aangemerkt als een schenking en kan het zo zijn dat er schenkingsrechten betaald moeten worden.

Ook al worden de schulden verdeeld dan toch kan het zo zijn dat een crediteur een schuld die aan uw (ex-)partner is toebedeeld na de scheiding al dan niet gedeeltelijk op uw vermogen verhaald. Uw advocaat kan u hierover informeren.

Lukt het om in onderling overleg de gemeenschap van goederen te verdelen dan worden de gemaakte afspraken vastgelegd in het echtscheidingsconvenant, de overeenkomst die door de advocaat wordt opgesteld waarin de afspraken over de gevolgen van de echtscheiding staan.
Wanneer er over de verdeling onenigheid ontstaat, kan de rechter verzocht worden de verdeling vast te stellen.

In het geval van huwelijkse voorwaarden kan niet in algemene bewoordingen worden uitgelegd hoe de bezittingen en schulden moeten worden verdeeld. Dit hangt af van de inhoud van de huwelijkse voorwaarden en of er tijdens het huwelijk gemeenschappelijke bezittingen zijn verkregen en/of gemeenschappelijke schulden zijn ontstaan. Er bestaan heel veel verschillende soorten huwelijkse voorwaarden. Aan de advocaat kan gevraagd worden op welke manier uw bezittingen en schulden moeten worden verdeeld. Lukt het niet om hierover in onderling overleg afspraken te maken dan kan de afrekening van de huwelijkse voorwaarden worden voorgelegd aan de rechter.

Bij verbreking van een niet huwelijkse samenleving kan het zijn dat er afspraken over de verdeling van de bezittingen en schulden staan opgenomen in een samenlevingscontract. Is er geen samenlevingscontract dat kan het zo zijn dat er tijdens de samenleving gemeenschappelijke bezittingen zijn verkregen of gemeenschappelijke schulden zijn ontstaan die verdeeld moeten worden. Heeft één van de partners geld geleend aan de ander of geld gestoken in bijvoorbeeld het huis van de andere partner dan kunnen er over en weer verrekenvorderingen zijn ontstaan. Aan de advocaat kan hierover advies worden gevraagd. Lukt het niet om er met uw (ex-)partner uit te komen dan kan de rechter beslissen welke partner nog geld moet betalen aan of tegoed heeft van de ander.

Wat is ouderdomspensioen?

Het ouderdomspensioen is het pensioen waarop recht bestaat vanaf het bereiken van een bepaalde leeftijd, meestal 65 jaar.

Hoe moet het ouderdomspensioen worden verdeeld?

Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) moet sinds 1 mei 1995 het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen na scheiding worden gedeeld. Ieder van de partners krijgt de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Dit is niet hetzelfde als de helft van het ouderdomspensioen. Het ouderdomspensioen dat wordt opgebouwd voor en na het huwelijk wordt niet gedeeld.

Van deze wettelijke regeling kunnen de partners in onderling overleg afwijken. De partners kunnen afspreken dat de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten helemaal niet worden gedeeld of dat niet ieder de helft krijgt maar de ene partner bijvoorbeeld 60% en de andere partner 40%. Het is mogelijk om ouderdomspensioen dat is opgebouwd voor het huwelijk toch te verdelen of ouderdomspensioen dat is opgebouwd tijdens slechts een deel van de jaren van het huwelijk te verdelen. Een andere mogelijkheid is conversie. In geval van conversie worden aanspraken die de partner die niet zelf het pensioen heeft opgebouwd heeft op een deel van het ouderdomspensioen en diens recht op partnerpensioen omgezet in een eigen recht op ouderdomspensioen. Vraag aan de advocaat wat de voor- en nadelen in uw geval zijn. Conversie kan alleen in geval van echtscheiding en de pensioenmaatschappij moet hiermee schriftelijk instemmen en kan hiervoor kosten in rekening brengen.

Van de wettelijke regeling kan in geval van een echtscheiding alleen rechtsgeldig worden afgeweken als deze afspraken worden opgenomen in een door de advocaat opgesteld echtscheidingsconvenant, de overeenkomst waarin de afspraken over de gevolgen van de echtscheiding staan.

Deze wetgeving is niet van toepassing op ongehuwd samenwonen. Het hangt af van het pensioenreglement of een ex-partner na verbreking van de samenleving aanspraak kan maken op verdeling van opgebouwd ouderdomspensioen. Vaak zijn hieraan voorwaarden in het pensioenreglement gesteld, zoals bijvoorbeeld de duur van de samenleving, het hebben van een samenlevingscontract en/of het melden van de samenleving en de beëindiging van de samenleving aan de pensioenmaatschappij. Ook andere voorwaarden kunnen door de pensioenmaatschappij worden gesteld.

Wat is partnerpensioen?

In de Pensioenwet wordt onder partnerpensioen verstaan alle soorten van pensioen voor de partner na overlijden van de partner die het pensioen heeft opgebouwd. Er wordt ook wel gesproken over “bijzonder partnerpensioen” en in oudere regelingen over “bijzonder nabestaandenpensioen”.

Hoe moet het partnerpensioen worden verdeeld?

In de Pensioenwet staat dat in geval van een echtscheiding al het opgebouwde partnerpensioen voor de (ex-)partner is. Het gaat niet alleen om het partnerpensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, maar ook de periode er voor. Is de partner die het pensioen heeft opgebouwd al eerder getrouwd geweest dan wordt van het totale opgebouwde partnerpensioen afgetrokken het partnerpensioen dat tot aan de scheidingsdatum met de eerdere partner was opgebouwd.

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen pensioenregelingen, waarbij partnerpensioen daadwerkelijk jaarlijks wordt opgebouwd en risicopartnerpensioen. Bij een partnerpensioen op risicobasis heeft de (ex-)partner na echtscheiding geen aanspraak op partnerpensioen. Bij overlijden van de (ex-)partner kan het zo zijn dat er na de echtscheiding geen aanspraak bestaat op partnerpensioen en eventuele partneralimentatie komt te vervallen. Vraag uw advocaat of er na de echtscheiding aanspraak gemaakt kan worden op partnerpensioen bij overlijden van de (ex-)partner en zo niet wat de mogelijkheden zijn om het risico van overlijden van de (ex-)partner af te dekken.

Van de wettelijke regeling over het partnerpensioen kan in onderling overleg worden afgeweken. Om de afwijkende afspraken rechtsgeldig overeen te komen moeten deze worden opgenomen in een door de advocaat opgesteld echtscheidingsconvenant, de overeenkomst waarin de afspraken over de gevolgen van de echtscheiding staan.

Het hangt af van het pensioenreglement of de ex-partner na de verbreking van de samenleving aanspraak kan maken op partnerpensioen. Vaak zijn hieraan voorwaarden in het pensioenreglement gesteld, zoals bijvoorbeeld de duur van het samenwonen, het hebben van een samenlevingscontract en/of het melden van de samenleving en de beëindiging van de samenleving aan de pensioenmaatschappij. Ook andere voorwaarden kunnen door de pensioenmaatschappij worden gesteld.

 

 
 
 
 
 
Copyright by mr. Liset Vedder, scheidingsadvocaat - info@vedder.nl